Geschil J. Kammers vs. de persoon (…), bedreiging medespeler

BESLISSING TUCHTCOMMISSIE

 

Geschil J. Kammers vs. de persoon (…), bedreiging medespeler

Rekestnummer: TC-RDF-201601

Datum: 29 mei 2016

 

TUCHTCOMMISSIE RDF

Kantoor Roosendaalse Darts Federatie

 

 

De tenlastelegging:

 

De zaak is aanhangig gemaakt door de voorzitter van de tuchtcommissie van de Roosendaalse Darts Federatie, (hierna te noemen TC en RDF) J. Kammers, op 24 januari 2016.

 

Aan het lid (…), captain van een RDF team, spelende in divisie 3B van de RDF, is tenlastegelegd dat:

 

  1. Hij geen gehoor heeft gegeven aan de verplichting om gevraagde informatie van de TC terstond op het eerste verzoek te verstrekken.
  2. Hij heeft gepoogd om de tuchtrechtspraak van de RDF/NDB te beïnvloeden door een ultimatum te stellen aan de Voorzitter, het stellen van een voorwaarde met gevolgen.
  3. Hij de belangen van zijn teamgenoten, zijn medespelers, in ernstige mate heeft geschaad door ze te omschrijven als mededaders. Deze personen zijn inmiddels opgenomen in het Politie Register, terwijl ze schriftelijk verklaren ‘van niets te weten’.
  4. Hij bij de Voorzitter van de TC een schriftelijke bedreiging jegens een lid van de RDF heeft ingediend, het dreigen met het Recht in de eigen hand te nemen wanneer de Voorzitter niet aan zijn eisen tegemoet komt.
  5. Hij heeft bewezen niet in staat te zijn om als Captain te communiceren met de RDF, als voorbeeld de aangifte van Corona en de CL van Div. 3B. Deze overtreding is later begaan, maar mag worden samengevoegd met de behandeling van de zaak, ter beoordeling van de TC.
  6. Hij de belangen van de Captain van team Corona, en van zijn CL, en van de Voorzitter van de RDF heeft geschaad, alsmede de belangen van het door hem bedreigde RDF lid heeft geschaad, de belangen van zijn eigen teamgenoten heeft geschaad, en dat hij heeft getracht om de belangen van de Tuchtrechtspraak van de RDF/NDB te schaden door die te willen beïnvloeden.
  7. Hij door het gestelde in [6] de belangen van de RDF, de belangen van de dartsport in het algemeen, en de belangen van de NDB heeft geschaad.
  8. Hij alle door hem begane overtredingen met opzet heeft begaan.

 


Aanwezigen:

  • De voorzitter van de TC van de RDF, als aanklager
  • De speler tegen wie de bedreiging is gericht, de betrokkene
  • Drie bestuursleden van de RDF, waaronder de voorzitter
  • Twee bestuursleden van DV Jansen & Jansens
  • Drie commissieleden van de TC, waaronder een interim-voorzitter en een interim-secretaris.

 

Afwezige (bij aankondiging):

  • De speler tegen wie de tenlastelegging is gericht: de beklaagde

 

De commissie:

De TC bestond uit drie behandelende leden, waaronder een voor de zaak aangewezen interim-voorzitter en interim-secretaris. Daarmee voldeed de TC aan de betreffende bepalingen aangaande het minimum aantal behandelende leden uit het Tuchtreglement. De voorzitter van de TC, in dezen aanklager, heeft niet deelgenomen aan de behandeling van de zaak. Daarmee voldeed de TC aan de betreffende bepalingen aangaande onverenigbaarheid uit het Tuchtreglement.

 

 

Ingekomen stukken:

  • Mailverkeer beklaagde en J. Kammers
  • Tenlastelegging TC-RDF-201601
  • Verklaring beklaagde
  • Verklaringen teamgenoten beklaagde
  • Openingspleidooi J. Kammers

 

 

De bewijslast:

 

Voor de strafbaarheid van de overtreding is opzet, schuld,

nalatigheid of onzorgvuldigheid van de beklaagde vereist (Artikel 12, lid 1, Tuchtreglement)

 

  1. Hij geen gehoor heeft gegeven aan de verplichting om gevraagde informatie van de TC terstond op het eerste verzoek te verstrekken.

De TC is van oordeel dat de argumenten van de aanklager niet zijn geslaagd, daar de voorzitter van de TC destijds heeft aangegeven de zaak te seponeren. Hierdoor spreekt de TC de beklaagde op dit punt vrij.

 

  1. Hij heeft gepoogd om de tuchtrechtspraak van de RDF/NDB te beïnvloeden door een ultimatum te stellen aan de Voorzitter, het stellen van een voorwaarde met gevolgen.

De TC acht het voldoende bewezen dat de beklaagde met opzet heeft gepoogd de tuchtrechtspraak van de RDF/NDB te beïnvloeden door een ultimatum te stellen aan de voorzitter.


  1. Hij de belangen van zijn teamgenoten, zijn medespelers, in ernstige mate heeft geschaad door ze te omschrijven als mededaders. Deze personen zijn inmiddels opgenomen in het politieregister, terwijl ze schriftelijk verklaren ‘van niets te weten’.

De TC acht het voldoende bewezen dat de beklaagde met opzet de belangen van zijn teamgenoten heeft geschaad door ze te omschrijven als mededaders, met een melding in het politieregister tot gevolg. De TC is dan ook van oordeel dat deze daad als verzwarende factor dient te worden meegewogen in de uitspraak.

 

  1. Hij bij de Voorzitter van de TC een schriftelijke bedreiging jegens een lid van de RDF heeft ingediend, het dreigen met het Recht in de eigen hand te nemen wanneer de Voorzitter niet aan zijn eisen tegemoet komt.

De TC acht het voldoende bewezen dat de beklaagde schuld (opzet) heeft aan het doen van een schriftelijke bedreiging jegens een lid van de RDF. De TC is dan ook van oordeel dat deze daad als verzwarende factor meegewogen dient te worden.

 

  1. Hij heeft bewezen niet in staat te zijn om als Captain te communiceren met de RDF, als voorbeeld de aangifte van Corona, ‘t Trefpunt en de CL van Div. 3B.

De TC acht het voldoende bewezen dat de beklaagde niet in staat is als captain te communiceren.

 

 

De overweging

 

De TC acht voldoende aangetoond dat de beklaagde diverse belangen heeft geschaad, t.w.:

  • De belangen van een lid van de RDF
  • De belangen van zijn teamgenoten
  • De belangen van captains
  • De belangen van DV Jansen & Jansens
  • De belangen van de RDF
  • De belangen van de dartsport in het algemeen

 

Door het in strijd handelen van belangen is Artikel 25, lid 1 van toepassing:

Schorsing kan alleen worden uitgesproken wanneer de betrokkene handelt in strijd met de algemeen geldende normen en waarden en daarmee de belangen van de dartsorganisatie of de dartsport in het algemeen heeft geschaad.

 

Tevens is de TC van oordeel dat de beklaagde een overtreding heeft begaan op grond van Artikel 11, lid 2:

Voorts wordt als overtreding aangemerkt elk handelen of nalaten, waarbij een lid zich jegens een ander lid, vereniging, team, orgaan, of een commissie niet gedraagt naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt verlangd.

 

Tot slot is de TC van oordeel dat de eerste twee regels van de dartetiquette uit het Huishoudelijk Reglement zijn geschaad, t.w.:

  • De leden moeten sportiviteit eerbiedigen en proberen de dartsport te promoten.
  • Heb respect voor alle vrijwilligers, die hun vrije tijd opofferen voor de dartssport waar jullie allemaal zo van houden.

De TC wil benadrukken dat we binnen de dartsport te maken hebben met vrijwilligers en onderstreept het belang van het respect voor deze vrijwilligers.


Overige overwegingen:

De TC neemt in overweging dat:

  • Er ten tijde van de behandeling van de zaak meerdere klachten omtrent de beklaagde zijn binnengekomen, waaronder van captains, RDF-controleur/competitieleider en speellocaties. Hierdoor is de TC van oordeel dat het hierbij niet om een incident ging, maar om structureel problematisch gedrag.

 

De TC neemt NIET in overweging:

  • Eventuele stoornissen c.q. aandoeningen van de beklaagde. Allereerst omdat de reglementen van de RDF hier niet in voorzien. Ten tweede omdat de TC van oordeel is dat het voor de betrokken spelers/personen waar de bedreiging tegen is geuit niet anders wordt ervaren.

 

Dictum:

De TC van de RDF legt de beklaagde unaniem een schorsing op van één seizoen. De sanctie zal ingaan per start van het seizoen in september 2016. Daarnaast ontzegt de TC  van RDF de beklaagde het recht tot uitoefening van alle functies binnen de RDF, waaronder de functie van captain en co-captain, voor de periode van drie jaar aanvullend met een proeftijd van twee jaar. Deze sanctie zal ingaan na de schorsing, oftewel per start van het seizoen in september 2017.

 

Beroep, herziening en gratie:

Zie Artikel 30 en Artikel 31 uit het tuchtreglement

 

Slotwoord:

Daar de commissie van oordeel is dat het hierbij niet gaat om een incident, maar om meerdere overtredingen die in korte tijd zijn begaan tegen meerdere personen/organen binnen de RDF heeft de commissie besloten over te gaan tot een allesomvattende sanctie, opgesplitst in een straffende sanctie (schorsing) en een lerende sanctie ter voorkoming van herhaling (ontzegging van functies met een proeftijd).

 

 

Aldus opgesteld:

 

 

 

Interim-voorzitter:                                                                Interim-secretaris: