Geschil DV Obelix vs. de persoon (…), geweldpleging in de sport.

BESLISSING TUCHTCOMMISSIE

 

Geschil DV Obelix vs. de persoon (…), geweldpleging in de sport.

Rekestnummer: TC-RDF-201302

Datum: 28 mei 2013

 

TUCHTCOMMISSIE RDF

Kantoor Roosendaalse Darts Federatie

 

 

De tenlastelegging:

 

De zaak is aanhangig gemaakt op 4 april 2013 door de vereniging DV Obelix, een vereniging aangesloten bij de RDF.

Aan de heer (…), speler van dartteam RSD Boys, wordt ten laste gelegd dat hij tijdens een door de RDF georganiseerde competitiewedstrijd bij Café Moeder Overste aan de Markt 22 te Roosendaal op donderdag 28 maart, tussen 22.00 uur en 23.00 uur lichamelijk letsel heeft toegebracht aan de heer (…), speler van dartteam DV Obelix 1.

De vermeende handeling is tenminste in strijd met Artikel 11, lid 2 van het tuchtreglement:

Voorts wordt als overtreding aangemerkt elk handelen of nalaten, waarbij een lid zich jegens een ander lid, vereniging, team, orgaan, of een commissie niet gedraagt naar hetgeen door de redelijkheid en billijkheid wordt verlangd.

 

De partijen:

 

De partijen worden in de behandeling van deze zaak als volgt aangewezen en benoemd:

  • De vereniging DV Obelix: de belanghebbende
  • De speler van dartteam DV Obelix 1 aan welke het letsel is toegebracht, de betrokkene
  • De speler van dartteam RSD boys tegen wie de tenlastelegging is gericht: de beklaagde
  • Dartteam DV Obelix 1: het team van de betrokkene
  • Politie Bergen op Zoom en Politie Roosendaal
  • Slachtofferhulp: letselschade en inkomensderving
  • Justitie

 

Ingekomen stukken:

 

  • Enkelvoudig wedstrijdformulier van DV Obelix 1
  • Origineel wedstrijdformulier + doordruk van RSD Boys
  • De aangifte van de vereniging DV Obelix, als gedaan bij de tuchtcommissie
  • Kopie aangifte als gedaan door de betrokkene bij Politie Bergen op Zoom

 

 

 

  • Schriftelijke verklaringen, naar waarheid ondertekend, van de acht spelers welke zijn vermeld op de wedstrijdformulieren, waarbij de kopie van de aangifte van de betrokkene bij de Politie Bergen op Zoom op verzoek van betrokkene tevens geldt als diens verklaring voor de tuchtcommissie.
  • Telefonisch contact met de locatie waar RSD Boys voor de transferperiode speelde (wordt verder niet vermeld in deze uitspraak)
  • Telefonisch contact met de bedrijfsleider van Café Moeder Overste betreffende de aanwezigheid van eventuele camerabeelden

 

De behandeling van de zaak:

 

Daar de tuchtcommissie van de RDF geen besluiten neemt die gegrond zijn op een enkele verklaring of een enkel stuk is door de tuchtcommissie besloten niet over te gaan tot het opleggen van voorlopige straffen zoals opgesteld in Artikel 22, lid 5a en 5b van het tuchtreglement.

 

De uitslag van de afgebroken wedstrijd:

 

De wedstrijd is door het delict afgebroken op een moment waarop de stand 6-0 stond voor RSD Boys. De wedstrijdformulieren waren begrijpelijkerwijs niet ondertekend.

Uit de hoorzittingen is gebleken dat de tot dan toe behaalde resultaten op rechtmatige wijze zijn behaald, inclusief een genoteerde 180 van een speler van RSD Boys.

De tuchtcommissie verklaart de behaalde resultaten geldig (bepaald na hoorzitting RSD Boys op 6 mei 2013) en kent een uitslag toe van 6-0 voor RSD Boys, inclusief resultaten welke gelden voor de singlelijst.

Deze resultaten zijn inmiddels verwerkt door de betreffende competitieleider.

 

De verdere behandeling van de zaak:

 

Behandeling heeft plaatsgevonden door het houden van twee hoorzittingen en één afzonderlijk gehouden beraad.

De partij van de belanghebbende en de betrokkene is afzonderlijk gehoord van de partij van de beklaagde.

 

Bij zowel de twee hoorzittingen als het beraad zijn ten minste drie leden van de tuchtcommissie aanwezig geweest. Hiermee is voldaan aan Artikel 5, lid 5 van het Tuchtreglement.

 

De inhoud van de verklaringen en bijbehorende constateringen:

 

Uit het geheel van de schriftelijke verklaringen en de mondelinge verhoren is de tuchtcommissie van oordeel dat de verklaringen in overeenstemming zijn wanneer het gaat om hetgeen zich zowel vóór als na het delict afspeelde.

Wanneer het echter gaat om het moment zelf, het moment van delict, verklaren partijen tegenstrijdig.

 

De partij van de belanghebbende en betrokkene verklaart hier dat de beklaagde op de betrokkene kwam toegelopen, met de bedoeling om letsel toe te brengen. De partij van de beklaagde verklaart hierover echter dat de betrokkene op de beklaagde kwam afgelopen, met de bedoeling om die letsel toe te brengen, althans, dat diens toelopen tenminste als bedreigend werd ervaren.

Beelden van de beveiligcamera’s van de locatie Café Moeder Overste waren niet meer beschikbaar en verdere getuigen in die locatie zijn niet gevonden.

Dit houdt in dat geen der partijen de juiste toedracht heeft kunnen bewijzen.

Wat wel is bewezen is het plegen van geweld.

 

De bewijslast:

 

Voor de strafbaarheid van de overtreding is opzet, schuld,

nalatigheid of onzorgvuldigheid van de betrokkene vereist (Artikel 12, lid 1, Tuchtreglement)

 

  • Opzet: Door tegenstrijdige verklaringen acht de tuchtcommissie de opzet niet bewezen en spreekt de beklaagde daarvan vrij.
  • Schuld: De tuchtcommissie acht het voldoende bewezen dat de beklaagde schuld heeft aan het toebrengen van lichamelijk letsel.
  • Nalatigheid: De RDF biedt de mogelijkheid om grimmig verlopende wedstrijden af te breken om erger te voorkomen. Daar de beklaagde tevens captain is van zijn team, heeft de tuchtcommissie de nalatigheid beoordeeld. Uit de verklaringen en verhoren is gebleken dat geen der spelers van beide teams op enig moment het vermoeden had dat het tot een uitbarsting van geweld zou komen. Hierdoor is het niet aan te nemen dat de betreffende captain op enig moment had moeten besluiten om de wedstrijd te staken. De tuchtcommissie acht daardoor Nalatigheid niet bewezen en spreekt de beklaagde daarvan vrij.
  • Onzorgvuldigheid: Dit criterium heeft de tuchtcommissie niet overwogen. Ze acht het niet van belang in deze kwestie en spreekt de beklaagde daarvan vrij.

 

De tuchtcommissie acht het voldoende bewezen dat de beklaagde schuld heeft aan het toebrengen van lichamelijk letsel.

 

Het schaden van belangen:

 

De tuchtcommissie van de RDF acht voldoende aangetoond dat het delict in strijd is met belangen, t.w.:

  • De belangen van de RDF zijn geschaad
  • De belangen van de dartsport in het algemeen zijn geschaad
  • De algemeen geldende normen en waarden zijn overschreden

 

Door het in strijd handelen van belangen is Artikel 25, lid 1 van toepassing:

Schorsing kan alleen worden uitgesproken wanneer de betrokkene handelt in strijd met de algemeen geldende normen en waarden en daarmee de belangen van de dartsorganisatie of de dartsport in het algemeen heeft geschaad.

 

De Overwegingen:

 

De tuchtcommissie neemt in overweging dat:

  • De beklaagde al ca. 13 jaar lid is van de RDF en dat eerdere problemen aangaande zijn gedrag niet bekend zijn.
  • De beklaagde reeds is gestraft door de locatie (Café Moeder Overste) door het ontzeggen van de toegang gedurende een periode van 6 weken, waardoor de beklaagde diverse wedstrijden heeft moeten missen.
  • De beklaagde uitgebreid medewerking heeft verleend aan het behandelen van deze zaak, waarbij op grond van ervaring kan worden gesteld dat deze uitzonderlijk goed te noemen is.

 

De tuchtcommissie neemt NIET in overweging dat:

  • De betrokkene zijn letselschade en inkomensderving nog kan verhalen bij de beklaagde
  • Politie/Justitie/Kantonrechter nog straffen kunnen opleggen aan de beklaagde

De laatstgenoemde mogelijkheden ten laste van de beklaagde zijn voor de tuchtcommissie van de RDF niet in te schatten.

 

Dictum:

 

De tuchtcommissie van de RDF legt de beklaagde unaniem een schorsing op van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar.

De sanctie zal ingaan per 1 juli 2013.

 

Beroep:

 

Niet mogelijk.

Voor herziening/gratie wordt verwezen naar Artikel 31 van het tuchtreglement.

 

Slotwoord:

 

Het betreurt de tuchtcommissie dat de verklaringen tegenstrijdig zijn wanneer het gaat om het incident zelf, daar waar de verklaringen vóór en na het incident wél nagenoeg eenduidig zijn.

De tuchtcommissie heeft in haar uitspraak meegewogen dat de beklaagde uitgebreid medewerking heeft verleend. Deze uitgebreide medewerking was tevens aanwezig bij de belanghebbende (vereniging DV Obelix). Aan beide partijen wil de tuchtcommissie haar waardering uitspreken.

 

Aldus opgesteld:

 

 

 

De Voorzitter:                                                                       De Secretaris: