Geschil dartteam Calypso Wizards, vs. RDF

UITSPRAAK TUCHTCOMMISSIE

 

Geschil dartteam Calypso Wizards, vs. RDF

rekestnummer: TC-RDF-20064

uitspraakdatum: 16 oktober 2006

 

TUCHTCOMMISSIE RDF

Kantoor Roosendaalse Dartsfederatie te Zegge.

 

De zaak dartteam Calypso Wizards, spelende in de Eredivisie van de RDF, vs. De RDF, aangaande het opleggen van 2 strafpunten aan Calypso Wizards, door de competitieleider van de RDF, wegens het niet of te laat inleveren van hun wedstrijdformulier van speelweek 2.

 

Ingekomen stukken:

E-mail verkeer tussen betrokken partijen onderling, met cc’s naar de voorzitters van de RDF en de Tuchtcommissie, evenals een bezwaarschrift van de captain van dartteam Calypso Wizards.

 

Eigen stukken:

Rapportage van een onderzoek naar de gang van zaken bij de ons omringende zusterbonden, uitgevoerd door de Tuchtcommissie.

 

Tuchtreglement, Hoofdstuk 2, Artikel 6, “Onverenigbaarheden”:

Behandelende Commissieleden zijn voor aanvang getoetst op het betreffende artikel. Daar de Commissieleden aangesteld zijn vanuit alle spelende divisies is ook de Eredivisie in de Commissie vertegenwoordigd.

De Commissie heeft bij beide partijen geïnformeerd naar bezwaren tegen behandeling door Commissieleden uit de Eredivisie, genoemd met naam en toenaam. Betrokken partijen hebben verklaard hiertegen geen bezwaar aan te willen tekenen. Hierdoor heeft de Commissie voldaan aan het betreffende artikel en kunnen partijen er vanuit gaan dat de Commissie naar eer en geweten heeft gehandeld.

De zaak:

 

De competitieleider verklaart het betreffende wedstrijdformulier niet binnen de daarvoor gestelde termijn te hebben ontvangen en geeft daardoor 2 strafpunten aan dartteam Calypso Wizards. Hij verklaart tevens dat, indien het formulier alsnog, met vertraging, bij hem aankomt en uit het dagstempel blijkt dat de vertraging is veroorzaakt door het Postbedrijf, hij de strafpunten weer zal intrekken.

(Deze laatste verklaring ervaart de Commissie als een positief handelen van de RDF)

De competitieleider heeft gedurende zijn handelen voortdurend de voorzitters van de RDF en de Tuchtcommissie op de hoogte gehouden. (Ook dit ervaart de Commissie als een positief handelen van de RDF).

De Captain van dartteam Calypso Wizards verklaart het wedstrijdformulier, samen met andere poststukken, te hebben overhandigd aan de balie van het Postbedrijf. Hij stelt dat hij door dit handelen aan zijn verplichting van het tijdig inleveren heeft voldaan.

 

Aan de Tuchtcommissie de taak om te bepalen of er in strijd met de reglementen is gehandeld.

 

 

De overweging:

 

 

De RDF:

Uit haar reglementen blijkt dat de RDF niet verantwoordelijk is voor het niet of te laat bezorgen door het Postbedrijf. Het tijdig inleveren blijft een verantwoordelijkheid van haar leden en het kiezen voor het Postbedrijf als transporteur blijft een door haar leden zelfgemaakte keuze.

Het is dus stellig zo dat, indien het Postbedrijf faalt, de leden van de RDF sancties krijgen opgelegd.

Verzachtende omstandigheid is dat de RDF de inlevertermijnen soepeler hanteert dan in de reglementen wordt gesteld, en dat, indien een poststuk met vertraging door het Postbedrijf aankomt, gegeven sancties weer worden ingetrokken.

 

De omringende zusterbonden:

Onderzoek bij de WBDF (Bredase), TDV (Tilburgse), ZDF (Zeeuwse) en RDO (Rotterdamse) leert dat geen van deze bonden zich verantwoordelijk stelt voor een falend Postbedrijf. Er zijn slechts verschillen in de inlevertermijnen en de op te leggen sancties.

RDO wijkt af doordat zij haar formulieren “on line” laat invullen. (De Commissie ziet hierin mogelijkheden voor de toekomst).

 

De conclusie van dit onderzoek is dat in onze gehele regio het posten van een wedstrijdformulier niet betekent dat aan de inleverplicht is voldaan.

 

Het opleggen van de 2 strafpunten door de competitieleider, wegens het niet of te laat inleveren van het wedstrijdformulier, terwijl het betreffende team stellig verklaart het te hebben overhandigd aan het Postbedrijf, is op zichzelf staand, NIET in strijd met de reglementen.

 

Onverenigbaarheid:

 

Uit het Tuchtreglement:

 

Artikel 6. Onverenigbaarheden

  1. Leden van een tuchtcommissie kunnen geen deel uitmaken van het bestuur van de R.D.F.
  2. De leden van een tuchtcommissie mogen niet aanwezig zijn bij een zaak, indien zij bij de

zaak betrokken zijn, hetzij persoonlijk, hetzij door familiebanden, hetzij als functionaris,

hetzij als lid van een dartteam.

 

De Commissie meent dat het bezwaar tegen het persoonlijk betrokken zijn (onverenigbaar zijn) niet alleen voor haar leden geldt, maar voor alle uitvoerenden van de RDF, zodat de leden van de RDF er vanuit mogen gaan dat besluiten naar eer en geweten worden genomen.

Omdat de competitieleider van de Ere Divisie niet alleen zelf in de Ere Divisie speelt, maar bovendien ook nog opereert in de top 3 van de Ere Divisie teams, acht de Commissie het niet langer verantwoord dat hij met volledige bevoegdheid zijn eigen competitie leidt.

Zulks een competitieleider is onverenigbaar en wordt daardoor door de Commissie enigszins in zijn bevoegdheid beperkt. Zijn titel zal luiden:

 

“Onverenigbare competitieleider met beperkte bevoegdheid”.

 

Het bezwaar tegen het onverenigbaar zijn met volledige bevoegdheid berust op het feit dat sancties kunnen worden opgelegd welke enkel steunen op zijn eigen verklaring en daardoor niet op juistheid controleerbaar zijn.

Hierdoor verwerpt de Commissie zijn besluit om een sanctie van 2 strafpunten op te leggen aan dartteam Calypso Wizards.

 

De Commissie draagt de RDF op om de bezwaren tegen het onverenigbaar zijn van competitieleiders met volledige bevoegdheid weg te nemen.

De Commissie beseft dat het verschijnsel in de loop der jaren is ontstaan en gedoogd, en tevens dat competitieleiders voor aanvang aangeven bij voorkeur hun eigen competitie te willen leiden. Deze personen dienen zich er echter terdege van bewust te zijn dat het leiden van de eigen competitie tot ernstige conflicten kan leiden.

Tevens beseft de Commissie dat de RDF niet beschikt over een onuitputtelijke bron van competitieleiders en daardoor vaak niet anders kan dan het aanstellen van onverenigbare personen.

Dit betoog is dan ook niet gericht tegen de personen, maar tegen hun volledige bevoegdheid.

 

De Commissie wil de RDF verzoeken om een verkennend onderzoek te doen naar de mogelijkheden en beperkingen van het on-line invullen van formulieren en doorgeven van standen. Door dergelijke software kunnen wellicht de bezwaren tegen onverenigbaarheid worden weggenomen omdat verklaringen van het wel of niet ontvangen dan overbodig zijn. Tevens lopen de leden dan niet meer het risico om sancties te krijgen door nalatigheid van het Postbedrijf.

 

Gedurende het opereren van onverenigbare competitieleiders, onder de thans geldende reglementen en inlever methoden zullen deze competitieleiders enigszins in hun bevoegdheden worden beperkt.

 

De beperkingen zullen bestaan uit:

 

  1. Het niet langer bevoegd zijn om sancties op te leggen welke enkel berusten op zijn/haar eigen verklaring, en daardoor niet door de Commissie op juistheid kunnen worden getoetst.
  2. Het artikel uit het Wedstrijdreglement, “de Wedstrijdformulieren”, lid 7: “De competitieleider is nimmer verplicht initiatief te nemen bij het verkrijgen van wedstrijduitslagen” geldt niet voor hem/haar.

 

De procedure voor een “Onverenigbare competitieleider met beperkte bevoegdheid”:

 

Indien hij/zij bemerkt dat een wedstrijdformulier na de daarvoor gestelde inlevertermijn ontbreekt, geeft hij/zij geen sancties, maar stelt het betreffende team hiervan op de hoogte middels een e-mail met leesbevestiging en met cc naar de voorzitter van de RDF. In deze mail wordt het team verzocht om de kopie in te leveren bij de voorzitter van de RDF. De ontvangstbevestiging wordt doorgestuurd naar de voorzitter van de RDF. Vanaf dan krijgt het team 5 werkdagen de tijd om de kopie in te leveren bij de voorzitter van de RDF. Het team wordt op de hoogte gesteld van het feit dat de voorzitter van de RDF volledige bevoegdheid bezit (niet verantwoordelijk voor een falend Postbedrijf !) en na het verstrijken van de termijn, bij niet inleveren, alsnog de sanctie van 2 strafpunten zal opleggen.

 

De Commissie acht het aannemelijk dat bij onenigheid over het wel/niet doorgeven van standen en uitgestelde wedstrijden bewijsmateriaal in mobiele telefoons beschikbaar is.

 

 

Dictum:

 

De commissie bestond uit 5 leden, waaronder een voorzitter.

1 lid heeft zijn mening per e-mail kenbaar gemaakt.

Daarmee heeft de commissie voldaan aan hoofdstuk 2, artikel 5, lid 5 van het tuchtreglement.

 

De commissie heeft unaniem besloten dat:

 

  1. De 2 strafpunten, gegeven aan Calypso Wizards worden ingetrokken.
  2. De competitie van de Ere Divisie uiterlijk voor aanvang van het eerstvolgende seizoen zal worden geleid door een verenigbaar persoon met volledige bevoegdheid, tenzij de bezwaren tegen onverenigbaarheid dan zijn weggenomen.
  3. Gedurende zijn aanblijven de huidige competitieleider zal opereren als “onverenigbare competitieleider met beperkte bevoegdheid”.
  4. De RDF het recht krijgt om vervanging in andere Divisies gefaseerd uit te voeren.

 

 

 

 

Beroep:

Bij de “Commissie van Beroep” van de NDB, volgens Hoofdstuk 9, Artikel 30 van het tuchtreglement.

 

 

 

 

 

 

 

 

Aldus opgesteld:

 

 

 

 

De voorzitter:                                                              De secretaris: